fbpx Skip to main content

Preconstruction

Basisbegrippen

Herken onmiddellijk de verschillende afkortingen en basisbegrippen in de calculatiemodule. Ben je eerder nieuwsgierig naar de trends binnen Preconstruction? Ontdek de trends door op de knop ‘Focus’ te klikken.

Vrijblijvend adviesFocus

Tendering

Calculeren met KPD

Efficiënt accurate calculaties maken in enkele klikken waardoor je snel kunt schakelen. Dat is het doel van Preconstruction. Werk als team en behoud steeds het overzicht. Wil je graag advies op maat over de module Preconstruction (synoniem: Tendering)? Klik dan op vrijblijvend advies.

Vrijblijvend adviesPreconstruction

1) Type

Geeft aan of het een post, sommatie of commentaarlijn betreft. Er zijn drie mogelijkheden:

P = posten

Enkel aan records van dit type kan je een eenheid, markttype, herzieningsformule, hoeveelheid en eenheidskostprijs toekennen.

C = commentaarlijnen

S voor sommaties (hoofdstukken, titels, deelwerven)

Een S-post maakt een sommatie van alle posten tot aan de volgende S-post met een zelfde of hoger niveau.

2) Niveau

Dit bepaalt het samenvattingsniveau voor sommatieposten (type S). Er zijn 9 mogelijke sommatieniveau’s (1 tot 9). Hoe lager het niveau, hoe hoger in rang.

Posten hebben altijd niveau 10 (laagste niveau). Commentaarlijnen krijgen standaard ook niveau 10 maar kunnen ook een ander niveau krijgen als ze bij een sommatiepost horen.

3) Eenheid

Eenheid waarmee deze post wordt afgerekend, bv. St (stuk) of m² (vierkante meter). Verkrijg een lijst met mogelijke eenheden door op F9 te drukken wanneer de cursor zich in dit veld bevindt. De lijst met eenheden kan worden aangevuld via het menu Bibliotheken.

4) Omschrijving

Omschrijving van de post. In de kolommenkiezer vind je 2 mogelijke ‘Omschrijvingen’. De kolom omschrijving geeft de omschrijving telkens weer op één regel. Er wordt slechts zoveel info getoond als de kolom kan weergeven. De kolom omschrijving (wrap) geeft de volledige inhoud van de cel weer. Hiervoor wordt de rij in hoogte uitgebreid zodat meerdere regels in de cel passen (tekstterugloop)

5) Interne referentie

Het meetstaatnummer dat intern gekoppeld wordt aan de post.

6) Hoeveelheid & hoeveelheid opdrachtgever

Er wordt onderscheid gemaakt tussen de hoeveelheid die werd opgegeven door de opdrachtgever en de berekende hoeveelheid (nagemeten door de calculator). Bij het inlezen van de meetstaat worden beide hoeveelheden standaard gelijk gezet.

7) Eenheidskost

Dit is de berekende kostprijs voor de post op basis van de onderbouwing.

8) Raming

Je kan in de fiche rechtstreeks een eenheidskost invullen voor een snelle raming van de post. Zodra er een onderbouwing voor deze post wordt ingegeven wordt de ingevulde eenheidskost overschreven. Bij een post die reeds een onderbouwing bevat kan de eenheidskost niet worden overschreven.

9) Totaalkost

Dit is de totale kost, bekomen door de eenheidskost te vermenigvuldigen met respectievelijk de (berekende) hoeveelheid of de hoeveelheid opdrachtgever.

10) Eenheidsprijs

Dit is de eenheidsverkoopprijs. Deze kan bepaald worden via het scherm verkoopprijsberekening of manueel worden ingegeven. Indien een verkoopprijs manueel wordt ingegeven, wordt deze automatisch vastgezet.

11) Totaalprijs offerte

Dit is de totale verkoopprijs voor deze post, zoals deze op de offerte zal verschijnen.  Afhankelijk van de instelling ‘bron hoeveelheid offerte’ (zie verkoopprijsberekening) zal hiervoor rekening gehouden worden met de berekende hoeveelheid of de hoeveelheid opdrachtgever.

12) Vast

Als dit vak is aangevinkt zal de eenheidsverkoopprijs vastgezet worden. Zolang deze optie is aangevinkt zal deze niet meer wijzigen bij aanpassingen in calculatie of verkoopprijsberekening. Wanneer een waarde wordt ingegeven in het veld ‘eenheidsprijs’ wordt deze automatisch vastgezet.

Opmerkingen:

  • Vanuit het calculatiescherm is het enkel mogelijk om een verkoopprijs vast te zetten. Een vaste verkoopprijs weer los zetten kan enkel via het scherm van de verkoopprijsberekening.
  • Wanneer een calculatie wordt aangepast waarvoor de verkoopprijs vast staat zal je hiervan worden verwittigd via een boodschap op het scherm.

13) Variant

Indien het geen standaard post betreft kan gekozen worden uit een aantal varianttypes.

Een varianttype kan ook worden toegepast op een sommatiepost. Alle onderliggende posten krijgen dan automatisch dit varianttype.

14) Markeringen

Hiermee kan een markering worden aangebracht op een post (bv. Nog na te kijken) in een kleur naar keuze.

15) Markttypes (MT)

De toegelaten markttypes kunnen worden ingesteld.

FH: Forfaitaire hoeveelheid.

Deze post wordt afgerekend volgens de hoeveelheid in de meetstaat, ongeacht de werkelijk uitgevoerde hoeveelheid. De aannemer is bij het maken van de offerte verantwoordelijk voor het controleren van de hoeveelheden.

VH: Vermoedelijke hoeveelheid.

Posten in VH worden afgerekend volgens de werkelijk uitgevoerde hoeveelheden (na opmeting) aan de opgegeven eenheidsprijs.

TP/SOG: Totaalprijs /Som over geheel.

Deze post wordt verrekend aan een vaste prijs, zonder vermelding van hoeveelheden.

TVS: Te verrekenen som.

Er wordt provisioneel een vaste som voorzien aangezien de inhoud van de post vaak nog onbekend is. Deze wordt later afgerekend volgens werkelijke uitvoering.

16) Precisie eenheidsprijs

Aantal decimalen waarmee de eenheidsverkoopprijs moet worden berekend.

17) Herzieningsformule

Het nummer van de herzieningsformule die aan deze post wordt gekoppeld. Meer weten over de herzieningsformule? Lees meer

18) Heeft calculatielijnen

Geeft aan of er voor deze post een calculatie (minstens één calculatielijn) aanwezig is.

19) Klantreferentie

De referentie die door de klant aan deze post gegeven werd.

20) Klantpostnummer

Vaak worden de posten door de klant oplopend genummerd. Dit postnummer kan in dit veld worden ingegeven.

21) Referentie basis meetstaatlijn & Basis meetstaatlijn ref. Extentie

Deze twee velden zijn voorzien voor toepassing van automatische calculatie. Op basis van deze velden wordt de post gematched met een (gecalculeerde) post uit een typemeetstaat.

22) Excel referentie

Verwijzing naar het rijnummer in het originele Excel-bestand. Deze referentie is handig om de verkoopprijzen achteraf in het originele bestand in te voegen.

23) Basis/referentie

Geeft aan of deze post als basispost wordt gebruikt voor één of meerdere referentieposten, dan wel dat deze post als referentiepost verwijst naar een basispost.

24) Ref. Basispost

In geval de post een referentiepost is: de basispost waarnaar wordt verwezen.

25) Favorietenbalk

Deze balk geeft je een snelle toegang tot de schermen die je het vaakst gebruikt. Je kan een menu-item toevoegen aan de favorieten door deze naar de favorietenbalk te slepen.

26) Menubalk

Bovenaan het scherm kun je de menubalk vinden. Dit is een pictogrammenbalk die bestaat uit meerdere tabbladen.

27) Dashboard

Het dashboard is het eerste scherm dat getoond wordt bij het opstarten van de applicatie.

28) Deelvensters

Een aantal schermen bestaat uit meerdere deelvensters die onder en/of naast elkaar geplaatst zijn. Je kan elk van deze deelvensters groter of kleiner maken door de scheidingslijn tussen deze schermen te verslepen.

29) Docken

Soms is het handig om meerdere schermen tegelijkertijd open te hebben, bv. als je iets van het ene naar het andere scherm wil kopiëren. Kies hoe je de schermen wilt vormgeven.

30) Sneltoetsen

Ctrl + A: Alles selecteren
Ctrl + C: Kopiëren
Ctrl + D: Record verwijderen
Ctrl + F: Zoeken
Ctrl + N: Nieuw record
Ctrl + S: Opslaan
Ctrl + V: Plakken
Ctrl + X: Knippen
F9: In een veld waarvoor een lijst met waarden beschikbaar is (herkenbaar aan het vergrootglas-icoontje) kan je deze lijst oproepen dmv. F9 of door te klikken op het vergrootglas-icoontje
Ctrl + J: Met deze sneltoets kan je in het calculatiescherm verspringen van het meetstaatlijnenscherm naar het calculatielijnenscherm en omgekeerd.
Ctrl + O/L: Met de combinatie Ctrl+O/L (op het toetsenbord) of Ctrl+8/2 (op het numeriek toetsenbord) kan je vanuit het scherm van de calculatielijnen rechtstreeks naar de calculatielijnen van de vorige/volgende post springen.

31) Meetstaatpost

Een (meetstaat-)post is een lijn uit de meetstaat en bevat een geheel zoals het aan de opdrachtgever wordt aangeboden. Eén meetstaatpost kan meerdere opdrachten vervatten.

Voorbeeld: Gevelmetselwerk (m²) inclusief stelling.

Een meetstaatpost is het kleinste onderdeel dat zichtbaar is voor de klant.

32) Middelen

Een middel is het kleinste onderdeel van de kostprijsberekening en bevat het laagste niveau waaraan een kostprijs gekoppeld kan worden.

Voorbeeld:
Manuren metselwerk (u)
Leveren & plaatsen stelling (m²)
Leveren gevelsteen “Oud rood” afmeting 19/9/5 (st)
Leveren mortel (l)

33) Operaties

Een operatie is een geheel aan middelen dat steeds samen voorkomt om een bepaalde taak uit te voeren. De kostprijs van een operatie wordt gevormd door de kostprijs van de middelen waaruit ze wordt samengesteld.

Een operatie kan zowel middelen als andere operaties bevatten.

Voorbeeld 1: De operatie ‘Metselen gevelsteen (m²)’ bestaat uit
Manuren metselwerk (1,8 u/m²)
Levering gevelsteen (80 st/m²)
Levering mortel (60 l/m²)
Levering spouwankers (8 st/m²)

Voorbeeld 2: De operatie ‘Kolommen uit ter plaatse gestort beton (m³)’ bestaat uit
De (sub)operatie ‘Plaatsen bekisting (m²)’
De (sub)operatie ‘Plaatsen wapening (kg)’
De (sub)operatie ‘Storten beton met betonpomp (m³)’
De (sub)operatie ‘Ontkisten (m²)’

34) Parameters

Binnen operaties kunnen ook parameters worden gebruikt. Indien een operatie die parameters bevat wordt gebruikt in een calculatie zullen deze parameters – indien ze nog niet bestaan – automatisch worden aangemaakt in het project waarin deze operatie wordt ingevoegd

35) Norm – rendement

Binnen een post of operatie moet voor elk middel worden aangegeven hoeveel eenheden van dat middel nodig zijn voor één eenheid van de samenstellende post of operatie. Dit noemen we de norm. Er zijn 4 verschillende normtypes:

Norm (N)

Norm is het meest gebruikte normtype. Dit zegt hoeveel van het onderliggende middel nodig is voor één eenheid van de samenstellende post of operatie.

Een norm kan bestaan uit een getal maar kan eveneens een berekening bevatten.

Voorbeeld:

  • 106 snelbouwblokken 29/19/14 per m² muur. (berekening: 1m²/0,3m/0,2m)
  • 13,33 m² bekisting per m³ betonkolom 30/30. (berekening: omtrek / oppervlakte)

Productie (P)

Productie is het omgekeerde van de norm. Soms is het eenvoudiger of duidelijker om aan te geven hoeveel eenheden van de samenstellende post of operatie kunnen worden geproduceerd met één eenheid van het onderliggende middel.

Net zoals een norm kan ook een productie een berekening bevatten.

Voorbeeld:

  • Een metser kan 1,5 m² muur metsen per uur (norm = 0,67 u/m²)
  • Een bekister zet 3 kolombekistingen per dag (norm = 0,33 dagen/stuk)

Constante waarde (C)

Soms is de hoeveelheid die van een bepaald middel nodig is onafhankelijk van de uitgevoerde hoeveelheid van de samenstellende post of operatie. Dan kan er met een constante waarde gewerkt worden.

Voorbeeld:
Voor het storten van een betonvloer met betonpomp moet er 1 keer de forfaitaire kost voor aan- en afvoer van de betonpomp geteld worden, ongeacht het aantal m³ te storten beton.

Rendement (R)

Bij een rendement wordt vertrokken van wat er op een eenheid van tijd (uur/dag) kan worden gerealiseerd en vervolgens gekeken naar welke middelen er nodig zijn voor deze eenheid van tijd. Om tot de norm te komen moet je elk van de samenstellende delen (hoeveelheid middel per dag) delen door het rendement.

Voorbeeld:
Een metsersploeg realiseert 20 m² gevelmetselwerk per dag. Deze metsersploeg is samengesteld uit een ploegbaas (8u/dag) en 2 arbeiders metselwerk (2 x 8u/dag).
Het rendement wordt dus:

  • Ploegbaas: 8u/dag delen door 20m²/dag = 0,4 u /m²
  • Arbeiders: 2x8u/dag delen door 20m²/dag = 0,8 u /m²

Een compleet ecosysteem.

Verlies geen tijd aan het zoeken van informatie. Alle
werkinstrumenten heb je in handbereik, in één platform.

Bekijk onze integraties

Meer weten?

Maak kennis met onze module tijdens een demo.
We tonen het je graag!

Vraag jouw demo aan